TOP
roze credit card
Column Personal

‘De roze credit card’ (over die keer dat ik mijn rijbewijs haalde)

Deze content is geblokkeerd. Accepteer cookies om de cookies te bekijken.

Dit keer had ik een pakket genomen. Eerst moest ik een soort test afleggen waarmee bepaald zou worden hoeveel lessen ik ongeveer nodig ging hebben. En dan kreeg ik ook nog een herkansing mocht ik de eerste keer zakken. Helemaal gratis en voor niets, want dat rijbewijs moest ik nou toch eens eindelijk een keer gaan halen.

De test ging best goed. Vooral omdat ik een jaar geleden voor het laatst auto had gereden en dat was best traumatisch geweest. Zestien lessen zou ik nodig gaan hebben. Dat viel me honderd procent mee. Toen het autorijden tijdens die lessen ook nog eens beter ging dan het ooit was gegaan, groeide mijn zelfvertrouwen stap voor stap. Pas toen het examen in zicht kwam, namen mijn rijprestaties weer af. Ik heb namelijk last van faalangst en daardoor ook examenvrees. Best lastig als je rijbewijs wilt halen.

De dag van mijn examen had ik ’s ochtends nog les.

Natuurlijk ging die les overtreffende trap slecht. Mijn instructeur zette me op m’n werk af, keek me vol medelijden aan en zei: “Vergeet je straks je paspoort en je theorie niet?”
“Theorie”, vroeg ik verbaasd, want dat bewijs had ik bij het aanvragen niet meer nodig omdat alles ‘in de computer stond’.
“Ja, je theorie heb je bij je praktijkexamen wel nodig. Dat moet je laten zien voordat je de auto instapt”.
En toen raakte ik in paniek. Ik had werkelijk geen idee waar ik m’n theorie had gelaten. Normaal krijg ik, als ik iets moet vinden, wel een soort visioen van een kastje of la, maar nu, als ik aan mijn theorie dacht, kwam er helemaal niks. Het was tien uur en ik moest om drie uur afrijden. Eigenlijk zou ik tot twee uur werken, maar om twaalf uur hield ik het niet meer. Wat als ik m’n theorie nou niet vind? Gelukkig begrepen mijn collega’s het en stuurden me naar huis.

Thuis trok ik kasten en lades overhoop, maar mijn theorie kon ik nergens vinden.

Half hyperventilerend, half huilend, zat ik op de grond. Opeens moest ik aan de woorden van een vriendin van mijn ouders denken, die altijd de heilige sint Antonius aanroept als ze iets echt kwijt is. ‘Valt te proberen’, dacht ik in paniek. En dus prevelde ik: ‘Sint Antonius, ik ben wel niet katholiek, maar kunt u me alsjeblieft helpen? Dan zal ik proberen nog een beter mens te worden, want dat is toch voor elk geloof universeel belangrijk? En ik kom een keer naar de kerk. Ik heb binnenkort toch wel een huwelijk’. Nadat ik deze woorden gefluisterd had, sloot ik mijn ogen, bedacht me heel goed wat ik vorig jaar gedaan had toen ik thuis kwam van afrijden, trok een plastic tasje uit een kast en vond daarin, bovenop, mijn theoriecertificaat. Pffff.

Door alle stress had ik helemaal niet over mijn afrijden kunnen inzitten. Maar toen ik bij het CBR aan kwam rijden, werd ik opeens doodnerveus. Op zich ging het afrijden nog niet eens zo slecht. Ik kon de examinator dan ook wel wurgen toen hij uiteindelijk zei: “Ik twijfel heel erg want je hebt echt wel goede dingen laten zien. Maar ik laat je toch maar niet slagen….”

“Volgende week beter”, zei mijn instructeur in de auto terug.

“Dan ga je het halen hoor”.
Beduusd zat ik voorin op de passagiersstoel. Alle stress van de dag kon ik nu loslaten. “Tja, dan moet ik het wel halen, want mijn theorie verloopt”.
We stonden bij het stoplicht en ik tuurde uit het raam. Recht in de ogen van een oud-collega, die vanuit haar auto verbaasd naar mij zat te staren. De oud-collega die natuurlijk geen idee had, wat ik ooit ben gaan doen en nu waarschijnlijk dacht dat ik rijlesleraar was geworden. Uit het niets begon ik hysterisch te lachen om het idee dat zij dit verhaal op mijn oude werk zou gaan rondbazuinen. Mijn instructeur draaide zijn hoofd naar me en vroeg bezorgd: “Gaat het?” Waarschijnlijk dacht hij dat ik begon door te draaien door alle toestanden.

Een week later moest ik dus weer.

En wederom was ik natuurlijk doodzenuwachtig. ’s Ochtends at ik een paar bananen en slikte nogmaals de valeriaanpilletjes die me waren aangeraden. Helaas hielpen ze voor geen meter, die bananen en de pilletjes. Trillend ging ik achter het stuur zitten en toen ik moest wegrijden bij het CBR wist ik niet eens meer hoe ik de auto moest starten. Gelukkig had ik de allerliefste examinator ooit. Een vrouw, terwijl ik er eerst zo over in had gezeten toen ik hoorde dat ik examen moest doen bij een vrouw. Vrouwen zijn vaak toch wat minder aardig voor andere vrouwen. Rustig knoopte ze een gesprek met me aan en tijdens de rit werd ik steeds minder zenuwachtig.

Toen ik uiteindelijk, teruggekomen bij het CBR, moest gaan zitten en zij de verlossende woorden “gefeliciteerd, je bent geslaagd” sprak, wilde ik het liefst opspringen en haar omhelzen. Een zware last viel met die vier woorden van mijn schouders af. Eindelijk kan ik zelf ook in de auto stappen en wegrijden. En hij is ook nog eens heel mooi in m’n portemonnee die roze credit card.

*

Deze column plaatste ik op 21 november 2006 op mijn vorige blog. Vandaag plaats ik ‘m ietwat aangepast expres nog een keer en dat doe ik speciaal voor haar. Ik weet niet eens meer hoe vaak ik heb afgereden of hoeveel lessen ik heb gevolgd. Dat heb ik verdrongen, denk ik. Waarschijnlijk had ik een Ferrari kunnen kopen van al het geld dat ik aan lessen heb uitgegeven. Maar uiteindelijk haalde ik mijn rijbewijs en nu rijd ik al jaren schadevrij * klopt af *. Niets is onmogelijk Tam ;). Succes! Je kan het! 

Heb jij je rijbewijs? Hoe vaak heb jij afgereden? Ik ben benieuwd!

Liefs,
Karen

Deze content is geblokkeerd. Accepteer cookies om de cookies te bekijken.

Karen Gregory

Hoofdredactrice en oprichtster van Karenz. / Lifestyle Blogger / woont in Zandvoort / getrouwd met Mark / mama van Robin (19-06-2016) / hond Cookie / kat Bada Bing / houdt van schrijven, lezen, koken, schaatsen, yoga & wandelingen door de natuur

«

»

Deze website gebruikt cookies om je de beste ervaring te leveren. Klik op 'Doorgaan' om door te gaan of 'Weigeren' om niet te accepteren.